Gastblogs

Gastblog | Ik werd neergestoken op mijn werk

21 april 2017

Eens in de maand draag ik het stokje over aan een gastblogger. Vandaag is Veerle aan het woord. Ze deelt een heftige gebeurtenis die zich begin december vorig jaar op haar werk afspeelde. Veerle werd namelijk neergestoken door één van haar cliënten en vandaag deelt ze openhartig haar verhaal.

Woensdagochtend 7 december, een doodnormale ochtend. Na een lekker ontbijtje ging ik vol frisse moed naar mijn werk. Die bewuste woensdagochtend was ik onderweg naar mijn cliënt David waar ik inmiddels al een aantal maanden iedere week over de vloer kom. Een bijzondere cliënt met bijzondere behoeften. Zo praatte David mij iedere week bij over bepaalde spirituele gewoonten die hij uitvoerde en welke invloed dit had op zijn gemoedstoestand, maar ook over zijn behandeling bij zijn psycholoog. Iedere keer luisterde ik weer aandachtig naar zijn verhaal. David heeft namelijk een heftig verleden achter de rug, waar hij nog steeds iedere dag tegen knokt. Een verleden dat in het teken stond van parentificatie – kort gezegd: David heeft langdurig de rol van ouder op zich genomen, terwijl hijzelf nog een kind was -, veelvuldig alcohol- en drugsgebruik en regelmatig contact met justitie. Door zijn heftige verleden heeft David te kampen met psychische problematiek, wat zich voornamelijk uit in angststoornissen, meerdere trauma’s en wantrouwen in zijn omgeving. Een prachtige uitdaging om iets voor hem te kunnen betekenen!

Woensdagochtend 7 december, een ochtend die mijn leven (letterlijk) heeft getekend. De kerstliedjes galmden door de radio van mijn auto, het zonnetje verscheen langzaam door de wolken en de natuur ontwaakte uit zijn nachtelijke slaap. Terwijl ik naar mijn werk reed, dacht ik aan de kerstcadeautjes die nog moesten worden ingeslagen, de vakantie die op de planning stond en vriendinnen die ik al een tijdje niet meer had gesproken. Ik parkeerde mijn auto voor de deur van mijn cliënt. Eenmaal binnen merkte ik een gespannen sfeer en was ik extra op mijn hoede. David was in geen velden of wegen te bekennen, terwijl hij normaliter altijd aan de keukentafel een sigaretje zit te roken als ik binnen kom. Nadat ik hem een aantal keer heb geroepen, verscheen hij uit zijn slaapkamer. Hij zag er onverzorgd uit, waardoor ik in de gaten had dat er iets niet pluis was. Mijn onderbuikgevoel had gelijk: dit kon wel eens een zwaar bezoek worden. David keek naar mij alsof hij dwars door mij heen keek. Hij was duidelijk niet in zijn eigen wereld. Ik stond op scherp, maar probeerde de alledaagse dingen te doen. Ik zette een kan thee op de keukentafel en vroeg David of hij erbij kwam zitten. Hij nam plaats aan de keukentafel, waar hij in zichzelf begon te praten. Onverstaanbare kreten, onverstaanbare zinnen. Dit kon maar één ding betekenen: hij zat middenin een psychose. Ik pakte mijn telefoon en appte zijn psycholoog met de vraag of ze zo snel mogelijk naar David’s huis kon komen, aangezien ik het niet vertrouwde om alleen met hem aan de slag te gaan.

De klap kwam sneller dan verwacht

Ineens ging het snel. Te snel. David rende naar de keuken en kwam terug met een mes in zijn handen. Ik stond aan de grond genageld. In mijn werk heb ik vaker mensen met een psychose gezien, maar nog niet eerder heb ik een cliënt gezien die zo’n groot gevaar vormt voor zijn omgeving. En ik was alleen. Zijn psycholoog was nog zeker een half uur onderweg, waardoor ik wist dat ik sowieso het komende half uur nog alleen met David zou zijn. Een half uur waarin het ondenkbare tóch gebeurde: ik werd neergestoken. David mompelde kreten als ‘Jij bent één van hen’, ‘Jij moet hier weg’ en ‘Ik moet mijzelf beschermen’. In een poging hem tot bedaren te brengen, probeerde ik David duidelijk te maken dat ik het was – Veerle, de jonge vrouw die iedere week bij hem komt -, maar helaas kon hij niet zien dat ik het was. Hij zag één van de demonen in zijn hoofd, een persoon die niet te vertrouwen was, iemand die opgeruimd moest worden. Voordat ik het door had en mijzelf kon verdedigen, stond hij recht tegenover mij en boorde het mes vlak onder mijn ribben mijn lichaam in. PANIEK! Bloed, ík bloed. En een cliënt die op de vlucht was geslagen…

In de minuten die daarna volgde, stond ik doodsangsten uit. In een wanhopige poging het bloeden te stoppen, drukte ik mijn sjaal op de wond. Na de steek ben ik met een smak op de grond gevallen, waardoor ik zeer waarschijnlijk een klaplong heb opgelopen. Ik kreeg geen lucht meer en voelde mijzelf steeds zwakker worden. Ik moest zorgen dat ik hulp kreeg. Om hulp roepen durfde ik niet, bang dat David zou terug keren en mij erger zou verwonden. Ik greep naar mijn broekzak en belde het alarmnummer. Helder denken kon ik niet meer, laat staan goed praten. De ambulance én politie waren snel ter plaatse, maar voor mij duurde het een eeuw. Het enige wat ik kon denken: ‘Ik ga hier dood’. In de minuten voordat het duurde dat de hulpverlening ter plaatse was, heb ik in een wanhopige poging mijn vriend proberen te bellen. Ik moest hem zeggen dat het mij echt speet dat ik verliefd was op een ander, dat ik van hem houd en dat hij door moest gaan met zijn leven als ik het niet zou redden. Maar hij nam niet op… Huilend heb ik bij de laatste poging zijn voicemail ingesproken. Dat is bijna niet te doen. De combinatie helse pijn, een klaplong én huilen zorgde ervoor dat ik bijna onverstaanbaar was. Terwijl ik met loeiende sirenes werd afgevoerd, heeft het ambulancepersoneel mijn vriend gelukkig wél kunnen bereiken. Op het moment dat ik één van de ambulancebroerders tegen mij hoorde zeggen dat ze mijn vriend te pakken hadden gekregen en dat hij onderweg was naar het ziekenhuis tot aan het moment dat ik werd overgeheveld naar een ziekenhuisbed, is voor mij één groot zwart gat. Volgens het ambulancepersoneel ben ik niet bewusteloos geweest, maar ik kan mij er niets van herinneren. Ik was in shock.

Eenmaal in het ziekenhuis verschenen er ontelbaar veel artsen om mij heen. Door de helse pijn en mijn shocktoestand kreeg de ene arts het nog zwaarder met mij te verduren dan de andere arts. Zelf weet ik daar niets meer van, maar het schijnt dat ik een aantal scherpe scheld- en vloekwoorden heb gebruikt. Uit de CT-scan bleek dat mijn long was ingeklapt, waardoor ik dus zo benauwd was. Gelukkig was mijn long niet geperforeerd en waren er ook geen andere organen beschadigd. Een geluk bij een ongeluk! Wel was het voor de artsen duidelijk dat ik zo snel mogelijk aan het zuurstof moest om op deze manier mijn long weer zo snel mogelijk zijn eigen vorm te laten krijgen. De steekwond was een lelijke wond, maar de artsen hebben dit op een prachtige manier dichtgemaakt. Op dit moment is het nog enigszins zichtbaar, maar door de precisie van de artsen heb ik een relatief klein litteken aan de steekpartij overgehouden. De eerste kritieke fase was doorstaan en ze omschreven mij als ‘een zwaargewonde, maar stabiele patiënt’ op het moment dat ik van de SEH aan de verpleegafdeling werd overgedragen. Dat ging toch niet over mij? Toch wel. Dat voelt knullig. Ik voerde enkel mijn werk uit en binnen een klein uur nadat ik bij David was, werd ik afgevoerd met een ambulance…

Het is nog niet voorbij

Het enige wat ik wilde, was mijn vriend zien. De arts vertelde dat mijn vriend was gearriveerd, maar dat de politie eerst met mij wilde praten. Dat wil ik helemaal niet! Ik wil vastgehouden worden. Ik wil huilen. Ik wil niet praten. Ik wil dit vergeten. Ik wil wakker worden uit deze grandioze nachtmerrie!

Ik dacht alles gehad te hebben: strak van de morfine tegen de pijn, een ontzettend irritant zuurstofslangetje in mijn neus en dan staat de politie aan je niet zo comfortabele ziekenhuisbed met als eerste vraag: “Hoe gaat het?” Ik ben nooit vervelend ben geweest richting een politieagent, aangezien ik respect heb voor deze mensen. Dit was de eerste keer: “Idioot, wat denk je zelf? Laat mij go***omme met rust!” Gelukkig kon de politieagent er achteraf de humor van in zien, hoewel ik mij vooral schaamde voor mijn performance. Tja, zo’n heel circus doet gekke dingen met je. David was ‘voortvluchtig’ – een extra steek, want wat was het naar om anderen zo over jouw cliënt te horen spreken – en de politie wilde weten waar ik dacht dat hij zich bevond. Ik had werkelijk geen idee. Het enige wat ik wilde was mijn vriend zien, mijn ouders op de hoogte stellen van wat er was gebeurd en vooral mijn ogen dichtdoen. Ik wilde wakker worden uit deze nachtmerrie…

Maar de nachtmerrie hield stand…

In totaal heb ik vier dagen in het ziekenhuis gelegen. Aangezien de wond te pijnlijk bleef zonder morfine én er een grote verkoudheid bovenop kwam, waardoor ik het vele malen benauwder kreeg, wilden de artsen geen enkel risico lopen. De eerste nachten waren verschrikkelijk. Niet alleen door de slangetjes om mij heen of door het minder comfortabele ziekenhuisbed, maar vooral door de angst. Ik durfde niet te slapen en deed er alles aan om wakker te blijven. Als ik namelijk ook maar eventjes in slaap viel door pure uitputting van mezelf, had ik last van heftige nachtmerries. Deze nachtmerries waren zo levensecht dat ik badend in het zweet wakker werd en de hele verpleegafdeling bij elkaar heb gegild (voor zover het gillen lukte met helse pijn). Pure angst. Angst waarvan ik dacht dat het wel zou afzwakken als ze David hadden gevonden, maar niets was minder waar. Ik was voortdurend angstig, zelfs toen David donderdagnacht was gevonden en opgenomen. Het gevolg? Angst om alleen de straat op te gaan, angst voor drukke plekken en om de haverklap een flinke paniekaanval. Gewoon uit het niets. Gewoon als ik in de auto zit en een andere auto mij inhaalt. Volledig uit het niets raakte ik in paniek. En dit was nog maar het begin…

Mijn leven is voorgoed getekend, maar…

Het was een enorm zware strijd om dit trauma te verwerken. Ik kwam er niet langer onderuit: ik had hulp nodig om dit alles te verwerken. Deze hulp vond ik niet bij familie en vrienden – waar ik overigens ontzettend veel steun en liefde van heb mogen ervaren! -, maar vond ik uiteindelijk in de vorm van een psycholoog. Dankzij een zwaar traject EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) durf ik hardop uit te spreken dat de scherpste randjes zijn verdwenen. Het is nog niet het einde en de strafzaak is nog gaande. De therapie is ook nog in volle gang (weliswaar in mindere mate) en het heeft absoluut mijn leven getekend, maar het gaat écht goed met mij. Ik geniet weer met volle teugen van het leven! En ja, af en toe tekent een flashback mijn dag, maar ik laat mij niet klein krijgen door een trauma!

De namen in deze gastblog zijn geanonimiseerd, aangezien Veerle haar eigen privacy en die van David wilt waarborgen.

Lieve Veerle, enorm bedankt dat je jouw heftige verhaal op mijn blog wilde delen! Wil jij net als Veerle en de andere gastbloggers ook jouw verhaal, recept, DIY, tips en tricks, talent of een ander leuk gastartikel met ons delen, neem dan contact met mij op!

6 Comments

  • Reply Jenn 21 april 2017 at 10:44

    Wat een heftig verhaal!
    Jenn heeft onlangs geplaatst…Start Writing Fiction: hoe was het?My Profile

  • Reply Rowan 22 april 2017 at 19:44

    Wat een heftig verhaal zeg, ik ben er stil van!
    Rowan heeft onlangs geplaatst…Friday Favorites | Eat Natural, Clipper & lava cakeMy Profile

  • Reply Anne 24 april 2017 at 17:08

    Jeetje wat een ontzettend heftig verhaal zeg. Niet te geloven. Ben er stil van.
    Anne heeft onlangs geplaatst…Minimalisme Voor Beginners | 4 Simpele TipsMy Profile

  • Reply Evelyne 28 april 2017 at 17:52

    Mijn God, wat is dit eng om mee te maken! Ik hoop ten zeerste dat zowel Veerle als David kunnen geholpen worden zoals het hoort.
    Evelyne heeft onlangs geplaatst…Happy mailMy Profile

  • Reply Leonie van Mil 3 mei 2017 at 15:01

    Wat een heftig verhaal, zeg!
    Leonie van Mil heeft onlangs geplaatst…Zomerdoelen 2017 update #1My Profile

  • Reply Anne 4 mei 2017 at 12:24

    Zo, wat een onwijs heftig verhaal is dit zeg. Maar wel realiteit en dus goed om te delen..
    Anne heeft onlangs geplaatst…Gezonde koffie bananen cakeMy Profile

  • Leave a Reply

    CommentLuv badge

    Lees vorig bericht:
    1000 vragen aan jezelf #36

    Een flinke tijd terug zat er bij de Flow een leuk, klein boekje. Eerlijk gezegd weet ik niet eens meer...

    Sluiten